FAQ - Veelgestelde vragen

door Studenten

  1. Wie kan aan de slag als jobstudent?
  2. Wat mag niet?
  3. Waar kan je zoal aan de slag?
  4. Wanneer mag je als jobstudent werken?
  5. Wat ga je verdienen?
  6. Wat met kost en inwoon?
  7. Kan je een leefloon combineren met studentenwerk?
  8. Wat moet je doen bij ziekte?
  9. Hoe lang mag ik werken?
  10. Wat ingeval van een arbeidsongeval?
  11. Wat zijn de voorwaarden voor studentenwerk?
  12. Hoe werkt de urenteller?
  13. Kan ik ontslagen worden en/of ontslagen worden?
  14. Hoe zit het met de belastingen?
  15. Wat is de invloed op het recht op kindergeld?
  16. wat is de invloed op verhoogd kindergeld wegens handicap.
  17. Afgestudeerd of schoolverlater, kan je dan nog een studentenjob doen?
  18. Bij nader inzien terug naar school of univ?
  19. Vast contract na je studies?
  20. Een studentenjob met zelfstandigenstatuut?
  21. Veiligheid en preventie op het werk?
  22. Wat met zwartwerk?
  23. Wat met studietoelagen?
  24. Een interimcontract voor studentenwerk?
  25. Als jobstudent naar het buitenland?
  26. Als schoolverlater naar het buitenland?
  27. Kan een buitenlands student in België een studentenjob uitoefenen?
  28. Wat met vrijwilligerswerk?
  29. Hoe solliciteer ik?
Wie kan aan de slag als jobstudent?

Zolang de voltijdse leerplicht niet is beëindigd, is studentenarbeid verboden. De voltijdse leerplicht eindigt op 16 jaar of op 15 jaar als je op die leeftijd al de eerste twee jaren van het secundair onderwijs hebt beëindigd. Als jongere kan je meestal dus beginnen als jobstudent vanaf 15 jaar. Er zijn nog wel enkele voorwaarden Je moet: ofwel onderwijs met volledig leerplan volgen; ofwel deeltijds onderwijs - duaal leren volgen;

Je kan NIET met een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten in dienst worden genomen: als je al meer dan 12 maanden werkt bij dezelfde werkgever; als je in een avondschool ingeschreven bent of onderwijs met een beperkt leerplan volgt (minder dan 15 uren lesuren per week) ; als je als stage onbezoldigde arbeid verricht die deel uitmaakt van je studieprogramma. Wanneer werkgevers deze personen toch willen aanwerven, moet dit met een gewone arbeidsovereenkomst. De gunstige bepalingen van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten kan in die gevallen niet meer ingeroepen worden.

Wat mag niet?

Sommige jobs zijn verboden voor jobstudenten. Het zijn jobs die uitgevoerd worden met behulp van gevaarlijke machines, met gevaarlijke producten of in ongezonde omstandigheden. We sommen er een aantal op maar deze lijst is niet volledig. Indien je twijfelt of de job die je werd aangeboden toegelaten is, kan je dit navragen bij ACV-Jongeren. Welke jobs zijn verboden voor jobstudenten? Werken met bepaalde gevaarlijke machines: cirkelzagen, lintzagen, metaalpersen, schaven… Werken met gevaarlijke stoffen die voorzien (moeten) zijn van een etiket met de vermelding ‘giftig’ of ‘zeer giftig’, of ‘bijtend’ of ‘ontplofbaar’. Werken met kankerverwekkende stoffen en ioniserende stralingen. Slopen van gebouwen, oprichten en afbreken van stellingen, snoeien en vellen van bomen, bandwerk waarbij de machine het ritme bepaalt en met prestatiebeloning, het besturen van bepaalde hefwerktuigen, graafwerken met risico’s.
De werkgever moet dit verbodslijstje aanvullen met andere gevaarlijke jobs die jongeren objectief gezien, lichamelijk of psychisch niet aankunnen. Uitzonderingen Deze verboden gelden onder bepaalde voorwaarden niet voor jobstudenten ouder dan 18 jaar die een studierichting volgen voor dat beroep. In dat geval moet vooraf advies gevraagd worden aan het Comité preventie en bescherming op het werk of van de vakbondsafvaardiging, en ook van de preventieadviseur.
Van het verbod op het besturen van gemotoriseerde transportwerktuigen kan slechts afgeweken worden onder specifieke en strenge voorwaarden.

Waar kan je zoal aan de slag?

De zoektocht naar een geschikte vakantiejob is niet altijd even gemakkelijk. Vind je niet meteen je gading op onze website, dan kan je nog altijd verder gaan jagen op verschillende manieren.

Uitzendkantoren zijn gespecialiseerd in het zoeken van werkkrachten voor bedrijven die extra personeel nodig hebben voor een beperkte periode. Als student kan je je gratis inschrijven in een uitzendkantoor. Wanneer je geluk hebt, word je door het kantoor gevraagd om ergens te gaan werken. Om je kansen te verhogen, doe je er goed aan om je in meerdere uitzendkantoren in te schrijven.

Een meerderheid van de studenten vindt nog steeds een job door advertenties in kranten en tijdschriften uit te pluizen en de werkgever persoonlijk te contacteren. In bepaalde toeristische centra, zoals de kuststreek, is het de gewoonte dat de werkgever een affiche ‘student gevraagd’ aan de etalage van zijn zaak hangt. Erop af gaan is de boodschap.

Op het internet staan massa vakantiejobs in binnen- en buitenland. Uiteraard is het onmogelijk om hier alle sites te bespreken, vandaar enkele tips. De site van VDAB (Vlaamse dienst voor arbeidsbemiddeling) vormt het ideale beginpunt om een vakantiejob te zoeken. Op de homepage kan je twee kanten op: enerzijds kan je zoeken via WIS (Werk-Informatie-Systeem), anderzijds vind je door te klikken op de subrubriek jobs, een groot overzicht van Belgische jobsites. Zoek je een vakantiejob in het buitenland, dan klik je op de subrubriek internationaal. Ook daar vind je links naar tientallen jobsites over de hele wereld, waarvan verschillende ook jobs aanbieden voor jobstudenten. Sommige bedrijven bieden op hun site ook vakantiejobs aan. Je kan ook naar de websites van uitzendkantoren surfen. Een overzicht van alle interimkantoren en links naar hun websites vind je op de website van Federgon (klik op de homepage op de rubriek leden). De sites van de uitzendkantoren bevatten zoekmachines waarmee je op zoek kan gaan naar de beschikbare studentenjobs.

Denk uiteraard ook aan je familie en vrienden. Heel wat werkgevers geven immers de voorkeur om familie van vast personeel in dienst te nemen. Ook kennissen kunnen soms handige tips geven over werkgevers die studenten zoeken.

Steeds meer gemeentelijke en stedelijke jeugddiensten maken de dag van vandaag een lijst van alle lokale werkgevers die studenten zoeken voor de zomermaanden. Dit is natuurlijk een flinke hulp. Ook de sociale dienst van je hogeschool of universiteit heeft een bestand.

Heb je buitenlandse plannen? Dan kan je terecht bij www.kamiel.info

Wanneer mag je als jobstudent werken?

Met een studentencontract mag je naast de vakantieperiodes ook tijdens het schooljaar werken. Studentenarbeid is dus niet beperkt tot vakantiewerk. De duur van een studentencontract bij dezelfde werkgever mag de 12 maanden niet overschrijden. Meer dan 12 maanden per jaar ononderbroken werken bij dezelfde werkgever kan, maar niet met een studentencontract. Een werkgever is verplicht om een student een studentenovereenkomst aan te bieden. Het voordeel van een studentenovereenkomst is dat er een korte proef – en opzegperiode van tel is maar ook meer verplichtingen voor de werkgevers rond je veiligheid.

Contract. Als jobstudent moet je steeds een contract krijgen. Daarvoor bestaat een model van arbeidsovereenkomst voor studenten. Het contract moet je ten laatste op het moment dat je begint te werken ontvangen en tekenen. Dit contract moet in twee exemplaren worden opgemaakt: één exemplaar voor de werkgever en één voor jezelf. Naast een schriftelijke arbeidsovereenkomst moet elke student ook een arbeidsreglement ontvangen. Een ontvangstbewijs voor het arbeidsreglement moet, samen met de arbeidsovereenkomst, aan het Toezicht op de Sociale Wetten worden bezorgd. Voor studenten die werken via een interimkantoor moeten hun studentenovereenkomst krijgen ten laatste binnen de 48 u van tewerkstelling.

Wat bevat het contract verplicht?

  • Je naam, adres, geboortedatum en eventueel je verblijfplaats.
  • De naam, adres en verblijfplaats van je feitelijke werkgever.
  • De begin- en einddatum van je tewerkstelling.
  • De plaats waar je zal werken.
  • Een beknopte functieomschrijving, d.i. wat je als jobstudent moet doen.
  • De lengte van de eventuele proefperiode.
  • Een uurrooster per week (de werkuren).
  • De aanvang en het einde van de gewone arbeidsdag, het tijdstip en de duur van de rusttijden en de dagen van regelmatige onderbreking van de arbeid.
  • Je loon en eventuele voordelen in natura zoals bijvoorbeeld kost en inwoon.
  • De datum van uitbetaling.
  • De eventuele plaats van huisvesting.
  • De toepassing van de Wet van 12.04.’65 op de bescherming van het loon.
  • Het bevoegd paritair comité, d.w.z. de sector waarin je werkt.
  • Het adres en telefoonnummer van de bedrijfs- of interbedrijfsgeneeskundige dienst.
  • De plaats waar de verbandkist te vinden is, de naam van de persoon die verantwoordelijk is voor EHBO en waar, hoe je deze persoon kan bereiken.
  • Indien er een vakbondsafvaardiging, ondernemingsraad en/of comité voor preventie en bescherming op de werkvloer is: namen en contactmogelijkheden.
  • Het adres en het telefoonnummer van Toezicht op Sociale Wetten (sociale inspectie vroeger) van het district waarin de student wordt tewerkgesteld.

Proefperiode.

Een studentencontract kan een proefbeding bevatten. Tijdens de proefperiode kunnen student en werkgever een duidelijk zicht krijgen op de wederzijdse verwachtingen. De duur van de proeftijd bedraagt 3 dagen.

Wat ga je verdienen?

Er bestaat niet zoiets als een ‘jobstudentenloon’. Wel kent België minimumlonen. Je hebt recht op het loon dat in de betreffende sector (het paritair comité) of in de ondernemingscao voor je functie en je leeftijd bepaald is. Een vakbond kan je de juiste loonschalen bezorgen.

Indien er binnen de sector of het bedrijf geen specifieke loonregeling voorzien is en je minstens 1 maand als jobstudent werkte, heb je, als jobstudent, recht op het gewaarborgd minimumloon dat wordt vastgesteld in verhouding tot je leeftijd. De volgende oplijsting geeft een overzicht van de gewaarborgd bruto maand-en uurlonen op 1 januari 2018 (pc 100) en dit voor de jongeren aan de slag met een studentenovereenkomst of jongeren ouder dan 21 jaar die een alternerende opleiding volgen:

  • Leeftijd / percentage / maandloon (38-urenweek) / uurloon (38-urenweek)
  • 21 / 100% / 1.562,59 euro / 9,4894 euro
  • 20 / 94% / 1.562 euro / 8,9200 euro
  • 19 / 88% / 1.348,09 euro / 8,3507 euro
  • 18 / 82% / 1.256,18 euro / 7,7813 euro
  • 17 / 76% / 1.164,26 euro / 7,2120 euro
  • 16 / 70% / 1.072,34 euro / 6,6426 euro

Als je overuren presteert (dit zijn uren boven 9 uur per dag of 40 uren per week of boven lagere grenzen die vastgelegd zijn in een cao voor de onderneming of sector), moeten deze uren extra betaald worden: 50% van het gewone loon extra als er meer dan 9 uur per dag of 40 uren per week gewerkt wordt; 100% van het gewone loon extra voor uren die je werkt op zon- of feestdagen.Deze uren geven bovendien in principe recht op inhaalrust.

Wat met kost en inwoon?

Zeker in sectoren als de (kust)horeca kan een deel van het loon bestaan uit een betaling in natura, met name huisvesting en eten. Voor kost en inwoning kan je werkgever maximum volgende bedragen aanrekenen:

  • Ontbijt: 0,55 euro
  • Avondmaal: 0,84 euro
  • Middagmaal: 1,09 euro
  • Overnachting: 0,74 euro
Kan je een leefloon combineren met studentenwerk?

Wie als alleenstaande student geniet van een leefloon kan ook een inkomen uit studentenarbeid genereren. Het OCMW kan zelfs vragen dat je gaat werken. Dat kan zowel gaan over vakantiewerk als over een job tijdens het academiejaar. Onderstaande bedragen mag je bovenop je leefloon per maand verdienen. Als je meer verdient, wordt van je leefloon afgetrokken.

  • Met studietoelage Vlaamse Overheid 65,42 euro
  • Zonder studietoelage Vlaamse Overheid 234,55 euro

Studenten staan echter niet (volledig) ter beschikking van de arbeidsmarkt. De wet voorziet voor het OCMW de mogelijkheid om billijkheidsredenen te aanvaarden wanneer een leefloner zijn studies verder zet om zo zijn kansen op de arbeidsmarkt te verhogen. Het OCMW zal bij elke vraag afzonderlijk oordelen of het de studie als billijkheidsredenen kan aanvaarden. Afspraken over de studie worden opgenomen in het integratiecontract.

Buiten de periodes die met de studie verenigbaar zijn, zal de student-leefloongerechtigde wel zijn ‘werkbereidheid’ moeten aantonen, bijvoorbeeld door het uitoefenen van een studentenjob.

Wat moet je doen bij ziekte?

Als je ziek wordt, verwittig je onmiddellijk je werkgever en bezorg je hem binnen de twee dagen het medisch attest (briefje van de dokter). In het arbeidsreglement van het bedrijf waar je werkt en dat je ontvangen hebt samen met je contract, vind je terug aan wie je dit attest moet bezorgen. Bij je eerste werkdag ontvang je dit arbeidsreglement. Hierin staat hoe binnen de onderneming omgegaan wordt met ziekteverzuim, controle-arts en wanneer je beschikbaar moet zijn. Kijk dit zeker na! Opgelet! Je moet aangifte doen bij je ziekenfonds als je langer dan 14 kalenderdagen ziek bent. Bij twijfel over duur van ziekte of recht op gewaarborgd loon: doe steeds aangifte bij je ziekenfonds binnen de 48 uren. Je werkgever mag je contract beëindigen als je méér dan 7 dagen ziek bent. Hij moet je dan een verbrekingsvergoeding betalen. Bij je eerste werkdag ontvang je ook een arbeidsreglement. Hierin staat hoe binnen de onderneming omgegaan wordt met ziekteverzuim, controle-arts en wanneer je hiervoor beschikbaar moet zijn. Kijk dit zeker na! Als je via een interimkantoor werkt, bezorg je je ziektebriefje aan het interimkantoor.

Hoe lang mag ik werken?

Jobstudenten kunnen meer dan 475 uren werken. Laat je daaromtrent niets wijsmaken. Maar voor de eerste 475 uren dat je werkt met een studentenovereenkomst betalen jijzelf en je werkgever maar een beperkte sociale zekerheidsbijdrage. Werk je meer, dan telt de gewone regeling maar daarvoor krijg je dan weer heel wat in de plaats. Voor schoolverlaters bestaat een specifieke regeling. Elke student krijgt een individuele teller die oploopt tot maximum 475 uren. Langer werken dan 475 uren kan natuurlijk ook als student, ook met een studentenovereenkomst. Vanaf het 475ste uur is dat aan gewone sociale zekerheidsbijdragen. Deze 475-uren-teller kan je consulteren via deze website: www.studentatwork.be Je kan als student 475 uren werken aan een totale solidariteitsbijdrage van 8,13%. Tot 31 december 2016 kon deze solidariteitsbijdrage worden afgehouden voor 50 dagen waarvan 2,71% bij de student afgaat van het loon. De werkgever neemt 5,42% voor zijn rekening. Sedert 1 januari 2017 tellen we niet meer in dagen maar in uren.

Wat ingeval van een arbeidsongeval?

Een arbeidsongeval is een ongeval opgelopen tijdens het werk of op weg van en naar het werk. De werkgever is verplicht een verzekering tegen arbeidsongevallen af te sluiten. Alle kosten voor medische verzorging en/of vergoeding voor blijvende letsels worden door deze verzekering gedekt. Als je het slachtoffer wordt van een arbeidsongeval heb je onmiddellijk recht op een uitkering. Verwittig direct je werkgever en het ziekenfonds.

Wat zijn de voorwaarden voor studentenwerk?

Je werkt met een arbeidsovereenkomst voor studenten ofwel met een studentencontract en dit kan enkel voor 475 uren gedurende een kalenderjaar. Je jobstudententewerkstelling vindt niet plaats op het moment dat je op de schoolbanken moet zitten. Als student kan je natuurlijk langer werken dan 475 uren maar dan gaat er 13.07% van je loonbriefje af. In ruil hiervoor krijg je onder andere vakantiegeld.

Hoe werkt de urenteller?

Met je eigen elektronische identiteitskaart en je pincode kan je je persoonlijke teller op ieder moment consulteren. Je kan op deze 475 uren-teller de uren die je al hebt gewerkt, de uren waarvoor je een contract ondertekende en die gepland zijn en een restsaldo checken. Als je op sollicitatieronde gaat, kan je je stand van de teller afdrukken of downloaden op je gsm of smartphone. Zo kan de werkgever dit bekijken. Wat de werkgever niet kan zien is een overzicht van alle werkgevers en wanneer en waar je al hebt gewerkt. Wat er op deze teller door de werkgever wordt ingeput moet overeenkomen met hetgeen in je schriftelijke studentenovereenkomst staat. Hou dus je eigen exemplaar goed bij, het kan nog van pas komen. Iedere begonnen uur telt als één van de 475 uren. Je mag je 475 uren kiezen doorheen het kalenderjaar (bijvoorbeeld elk weekend enkele uurtjes of gedurende 2 volle maanden tijdens de zomer). Je kan je 475 uren presteren bij eenzelfde werkgever of bij meerdere werkgevers om zo een ruime werkervaring op te doen. Zorg er wel voor dat je altijd bij elke werkgever een schriftelijke overeenkomst hebt. Voor de uren vallend onder deze 475-uren-teller wordt er geen bedrijfsvoorheffing afgehouden. Het is de plicht van de werkgever om de juiste sociale zekerheidsbijdrage af te houden. Het is dus de werkgever die verantwoordelijk is voor de juiste sociale zekerheidsbijdrage en een correcte aangifte bij de RSZ. Welke uren tellen? Elk gewerkte uur telt mee. Dus ook al heb je een contract van slechts enkele uurtjes per dag. Een feestdag die valt binnen je contract telt mee, op je loonbriefje staat ook het aantal uren dat wordt betaald. Heb je recht op een feestdag maar ben je daar niet meer in dienst dan telt die niet meer mee voor de 475-uren. Het leuke is wel dat je elk kalenderjaar terug begint met een tellerstand ‘0’ . Let goed op dat alles ingevuld is op je studentenovereenkomst (dus arbeidsdagen, arbeidsregime, uren, …). Werk je meer dan 475 uren ? Dat mag natuurlijk. Vanaf de 475-uur wordt de normale socialezekerheidsbijdrage van je loon afgehouden. Ga je als speelpleinmonitor aan de slag? Zolang je dit als monitor of animator maximum 25 kalenderdagen doet, hoef je hier geen socialezekerheidsbijdrage te betalen en telt dit niet mee voor je 475 uren.

Kan ik ontslagen worden en/of ontslagen worden?

Typisch aan een studentenovereenkomst is dat ze eindig is (maximaal 12 maanden). Wil jij of je werkgever je studentencontract vroeger opzeggen dan gelden een aantal spelregels. Bij een geschreven contract mag zowel de werkgever als de werknemer (jij dus) steeds het contract beëindigen. Er moet dan wel een opzeggingstermijn nageleefd worden. Je vindt de duur van deze opzeggingstermijn in onderstaand schema. Tijdens proefperiode Door de werkgever onmiddellijk (ten vroegste na de 7de dag), door de werknemer eveneens onmiddellijk (ten vroegste na de 7de dag) Tot 1 maand 3 dagen opzeg voor de werkgever, 1 dag voor de werknemer. Meer dan 1 maand contract , 7 dagen opzeg voor de werkgever, 3 dagen voor de werknemer.

Wanneer je geen geschreven contract hebt, kan je op ieder ogenblik zonder vooropzeg weggaan. Wanneer de werkgever jou in dit geval ontslaat, moet hij je een opzeg geven zoals bij een contract van onbepaalde duur.

De opzegging dient altijd schriftelijk te gebeuren. De begindatum en de duur van de opzegperiode moeten worden vermeld. Indien de opzeg door de werkgever wordt gedaan, kan dit per aangetekende brief of per deurwaardersexploot. Indien de opzeg door de jobstudent wordt gedaan, kan dit per aangetekende brief, per deurwaardersexploot of door de opzegbrief zelf aan de werkgever te overhandigen. Zorg er dan wel voor dat de werkgever op jouw exemplaar tekent voor ontvangst. Indien je werkt met een studentenovereenkomst, dan gaat de opzeggingstermijn in de maandag volgend op de week van waarin de opzeg gegeven werd. Als de opzegging gebeurt via een aangetekend schrijven, dan moet deze ten laatste op woensdag worden verstuurd om de volgende week in te gaan. Werk je met een gewone arbeidsovereenkomst dan kijk je best naar je arbeidsreglement voor de modaliteiten.

Hoe zit het met de belastingen?

Uiteraard ligt vadertje staat op de loer om je wat zuurverdiende centen afhandig te maken. Weliswaar moet je als jobstudent zelf al heel wat verdienen om ook effectief belast te worden, maar langs de kant van de belastingaangifte van je ouders zit je al sneller aan de grens. Waar ligt die grens van eigen inkomsten? Bedragen inkomstenjaar 2018- aanslagjaar 2019 :

  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.270 euro
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.720 euro
  • voor een kind van een alleenstaande, die bovendien gehandicapt is 5.990 euro Wanneer deze maxima worden overschreden ben je niet langer fiscaal ten laste. Je ouders betalen dan meer belastingen.

Je netto belastbaar inkomen of nettobestaansmiddelen bereken je als volgt:

  • Brutoloon Minus RSZ (socialezekerheidsbijdrage, 2,71% of 13,07% van je brutoloon)
  • = Brutobestaansmiddelen
  • Minus 2.720 euro (forfaitaire vrijgestelde eerste schijf van je inkomsten als student werkend met een studentenovereenkomst) (bedrag voor 2018).
  • Minus 20% van je brutobestaansmiddelen (dit is aftrek voor kosten, met een minimum van 450 euro in 2018).
  • = Nettobestaansmiddelen
    • eventueel 80% van het bedrag aan alimentatiegeld boven de 3.270 euro voor 2018.
  • = Maximumbedrag aan eigen inkomsten dat bepaalt of je al dan niet fiscaal ten laste van je ouders blijft

Zelf moet een jobstudent pas belastingen betalen wanneer zijn netto bestaansmiddelen op jaarbasis hoger zijn dan een bepaald bedrag. Als je je nettobestaansmiddelen op jaarbasis berekent, om te weten of je wel of niet zelf belastingen moet betalen, mag je rekening houden met een forfaitaire onkostenvergoeding van 28,7%. Heb je in 2018 meer dan 7.730 euro of 11.042,86 euro bruto ontvangen, dan betaal je zelf belastingen. Vergeet zeker niet dat je 80 % van het onderhoudsgeld van je vader of moeder dat op jouw rekening komt, ook wordt aanzien als een belastbaar inkomen.

Wat is de invloed op het recht op kindergeld?

Je hebt in elk geval recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin je 18 jaar wordt. Ben je ouder dan 18 en je studeert niet in hoger of universitair onderwijs, dan heb je recht op kinderbijslag indien je regelmatig de lessen blijft volgen. De opleiding maakt deel uit van het secundair onderwijs, of de studierichting bedraagt minstens 17 lesuren van zestig minuten. Als student in het hoger of universitair onderwijs heb je recht op kinderbijslag als je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Je bent nog geen 25 jaar.
  • Je bent, ten laatste op 30 november, ingeschreven in het hoger onderwijs voor minstens 27 studiepunten per academiejaar. Dit mag in één of meerdere onderwijsinstellingen zijn.
  • Schrijf je pas na 30 november in? Dan heb je pas recht op kinderbijslag vanaf de maand volgend op de inschrijving. Verandert het aantal studiepunten in de loop van het academiejaar tot minder dan 27 studiepunten? Zet je je studies stop in de loop van het academiejaar? In deze situaties stopt de kinderbijslag vanaf de maand daaropvolgend. Studeer je (nog) niet in het studiepuntensysteem? Je hebt recht op kinderbijslag voor het gehele academiejaar als je nog geen 25 jaar bent en onderwijs volgt dat overeenkomt met een voltijds studieprogramma en leerplan of ingeschreven bent voor minimum 13 lesuren per week.

Als je nog geen 25 jaar bent en je alleen ingeschreven bent voor je eindverhandeling heb je recht op kinderbijslag voor (maximum) 1 academiejaar. Studeer je een deel in het studiepuntensysteem en voor een deel in het vroegere systeem, dan worden de studiepunten omgerekend in lesuren. Als je in totaal 13 lesuren per week les volgt, dan heb je recht op kinderbijslag.

Tussen 2 school- of academiejaren, mag je als student, de hele zomervakantie werken zonder uur- en inkomstenbeperking zonder dat je kinderbijslag beïnvloed wordt. Je moet dan wel recht op kinderbijslag gehad hebben in het 2de kalenderkwartaal. Tijdens het academiejaar mag je maximaal 240 uren per kwartaal werken. Indien je meer werkt, verlies je de kinderbijslag voor het gehele kwartaal (= 3 maanden!).

wat is de invloed op verhoogd kindergeld wegens handicap.

Een student met een handicap kan tijdens de zomervakantie werken als jobstudent zonder zijn verhoogde kinderbijslag te verliezen. Werk je echter tijdens de weekends, dan heb je als student met een handicap geen recht meer op bijkomende kinderbijslag.

Afgestudeerd of schoolverlater, kan je dan nog een studentenjob doen?

Je kan nog werken met een studentenovereenkomst en aan verlaagde socialezekerheidsbijdrage zolang je teller niet is uitgeput. Dit loopt tot einde van je laatste zomervakantie. Je schrijft je ook tijdig in bij VDAB voor je beroepsinschakelingstijd die begint te lopen. Automatisch wordt het kinderbijslagfonds verwittigd. Werk je meer dan 475 uren dan betaal je de gewone bijdrage voor sociale zekerheid, maar je krijgt dan ook vakantiegeld. Na 1 oktober mag je tijdens je beroepsinschakelingstijd (vroegere wachttijd) niet meer werken met een studentenovereenkomst met verlaagde socialezekerheidsbijdrage. Jij en je werkgever betalen dan altijd de volledige bijdragen aan de sociale zekerheid.

Als je midden in het schooljaar stopt met je studies, is het belangrijk om je zo snel mogelijk in te schrijven bij VDAB. Je beroepsinschakelingstijd begint dan te lopen. Je kan tijdens de beroepsinschakelingstijd niet werken aan verlaagde sociale zekerheidsbijdragen. Ook niet tijdens de zomermaanden. Vergeet niet het kinderbijslagfonds op de hoogte te brengen. Om tijdens je beroepsinschakelingstijd kinderbijslag te behouden mag je niet meer verdienen dan 541,09 euro per maand.

Bij nader inzien terug naar school of univ?

Je kan pas opnieuw werken aan een verlaagde socialezekerheidsbijdrage vanaf de start van je studies. Dus zeker niet vanaf de vakantie voorafgaand aan de studies. Het is ook belangrijk dat je het kinderbijslagfonds en VDAB zo snel mogelijk op de hoogte brengt. Informeer je ook bij je ziekenfonds!

Wat met de kinderbijslag?

Er zijn ook gevolgen voor je kinderbijslag als een schoolverlater aan de slag gaat met een studentenovereenkomst: De jobstudent-schoolverlater behoudt het recht op kinderbijslag tijdens de laatste zomervakantie, indien hij tijdens die zomervakantie minder werkt dan 240 uren. Voor studenten uit secundair onderwijs loopt de vakantie tot 1 september. Voor studenten uit het hoger onderwijs loopt de vakantie tot 1 oktober. Tijdens de beroepsinschakelingstijd (vroegere wachttijd) verlies je je kinderbijslag voor elke maand waarin je meer hebt verdiend dan 541,09 euro bruto.

Vast contract na je studies?

Dan worden er gewone socialezekerheidsbijdragen betaald, je hebt immers een gewoon contract. Je hebt geen recht meer op kinderbijslag.

Een studentenjob met zelfstandigenstatuut?

Sinds enkele jaren maakt het werken als ‘zelfstandige’ student sterk opgang. Een werkwijze die voor heel wat bedrijven vooral in de direct-marketingsector, interessant is, en die voor vele studenten aanlokkelijk lijkt. Maar er zitten veel addertjes onder het gras. Studenten laten zich soms verblinden door het (ogenschijnlijke) hoge rendement van de zelfstandige arbeid. Dit zonder zich rekenschap te geven van de sociaal-rechtelijke en fiscale consequenties. Informeer je goed voor je aan zelfstandige arbeid begint. Het kan je zuur opbreken! Werken als zelfstandige houdt in dat je niet onder de wet op de arbeidsovereenkomsten valt. Indien er geschillen ontstaan met je opdrachtgever kunnen die ook niet via de arbeidswetgeving opgelost worden. Bijgevolg kan je ook geen beroep doen op de vakbond om je rechten te verdedigen.

Om als zelfstandige te worden beschouwd, moet de student aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Je moet minstens 18 jaar oud zijn om als zelfstandige te kunnen werken. Wie aan leurhandel wil doen moet minstens 21 jaar oud zijn.
  • Als je als zelfstandige student producten verkoopt, aan wie dan ook, of diensten verleent aan privépersonen, moet je een BTW-nummer aanvragen en je aan de bijkomende reglementering onderwerpen.
  • Indien je enkel gefactureerde dienstprestaties levert, en dit uitsluitend aan echte BTW-belastingplichtigen, ben je van deze formaliteiten vrijgesteld.
  • Voor een aantal gereglementeerde beroepen dien je over een passende vergunning van de ‘Kamer van Ambachten en Neringen’ te beschikken.
  • Je moet je activiteiten in een boekhouding registreren.
  • Voor de sociale zekerheid gelden volgende verplichtingen:
  • Je moet je aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds, waaraan je trimestriële bijdragen moet betalen.
  • Je moet je aansluiten bij een erkend ziekenfonds of bij de Hulpkas voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering.

Dit is slechts een bondige opsomming van de diverse verplichtingen waaraan je als zelfstandige student moet voldoen. Voor gedetailleerde informatie neem je best contact op met één van de erkende werkgeversorganisaties. Op deze wetgeving bestaan heel wat afwijkingen naargelang de aard van de zelfstandige activiteit.

Veiligheid en preventie op het werk?

Werken in de meest veilige omstandigheden willen wij allemaal. Toch is dit niet zo vanzelfsprekend. Ieder jaar worden heel wat jobstudenten geconfronteerd met arbeidsongevallen. De statistieken leren ons dat jobstudenten, vooral vanwege hun geringe ervaring, een risicogroep vormen. 1 op 100 jobstudenten wordt slachtoffer van een arbeidsongeval. Zo’n ongeval heeft niet enkel lichamelijke en morele gevolgen, er zijn ook heel wat financiële en juridische consequenties voor het slachtoffer en de werkgever. Voorkomen is beter dan genezen. Preventie is een zaak van werkgever en werknemer (dus ook de jobstudent). Elke werknemer en dus ook de jobstudent, moet op dezelfde manier beschermd worden zoals aangegeven in de geldende reglementering.

Je werkgever is verplicht om te zorgen voor een goed onthaal. Hij is verplicht om alle werknemers vooraf te informeren over de risico’s die verbonden zijn aan hun job, de veiligheidsvoorschriften die ze moeten volgen, en over de procedures die moeten gevolgd worden bij noodgevallen en brandgevaar. Zo nodig moet de werkgever je, vooraleer je aan de slag gaat, een aangepaste vorming geven. Je werkgever is verplicht om op zijn kosten te zorgen voor werkkledij en eventueel noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen: handschoenen, helm, veiligheidsschoenen, veiligheidsbrillen, maskers,…. Vraag erom als je ze niet spontaan krijgt. Alle jobstudenten die jonger dan 18 jaar zijn moeten voor de allereerste tewerkstelling een medisch onderzoek ondergaan door de arbeidsgeneesheer van de dienst waarbij de werkgever is aangesloten. Dat onderzoek moet kosteloos zijn voor de jobstudent, tijdens de werkuren gebeuren, en verricht worden door een arbeidsgeneesheer die de arbeidsomstandigheden kent. Zo’n onderzoek dient om medische tegenaanwijzingen voor een bepaalde job op te sporen, en om adviezen te geven aan jobstudent en werkgever. Je werkgever moet ervoor zorgen dat dit onderzoek wordt uitgevoerd. Indien je werk vindt via een uitzendkantoor, ligt de verantwoordelijkheid voor het onderzoek bij het uitzendkantoor zelf. Als uitzendkracht moet je bovendien een werkpostfiche ontvangen van het uitzendbureau. Hierin vind je informatie over de risico’s van het werk, de verplichtingen inzake arbeidskledij, persoonlijke beschermingsmiddelen en medische onderzoeken.

Sommige jobs zijn verboden voor jobstudenten. Het zijn jobs die uitgevoerd worden met behulp van gevaarlijke machines, met gevaarlijke producten of in ongezonde omstandigheden. We sommen er een aantal op maar deze lijst is niet volledig. Ingeval van twijfel kan je altijd informatie inwinnen bij een vakbond. Verboden voor jobstudenten zijn in elk geval: Werken met bepaalde gevaarlijke machines: cirkelzagen, lintzagen, metaalpersen, schaven… Werken met gevaarlijke stoffen die voorzien (moeten) zijn van een etiket met de vermelding ‘giftig’ of ‘zeer giftig’ of ‘bijtend’ of ‘ontplofbaar’. Werken met kankerverwekkende stoffen en ioniserende stralingen. Slopen van gebouwen, oprichten en afbreken van stellingen, snoeien en vellen van bomen, bandwerk waarbij de machine het ritme bepaalt en met prestatiebeloning, het besturen van bepaalde hefwerktuigen, graafwerken met risico’s… De werkgever moet dit verbodslijstje aanvullen met andere gevaarlijke jobs die jongeren objectief gezien, lichamelijk of psychisch niet aankunnen.

Deze verboden gelden onder bepaalde voorwaarden niet voor jobstudenten ouder dan 18 jaar die een studierichting volgen voor dat specifieke beroep. Er moet dan vooraf het advies gevraagd worden van het Comité Preventie en Bescherming op het Werk of van de vakbondsafvaardiging, en ook van de preventieadviseur. Van het verbod op het besturen van gemotoriseerde transportwerktuigen kan slechts afgeweken worden onder zeer specifieke en strenge voorwaarden.

Wat met zwartwerk?

Heel wat werkgevers bieden jobs ‘in het zwart’ aan. En elk jaar opnieuw zijn er duizenden jobstudenten die bewust of uit onwetendheid zo’n ‘zwarte’ job aanvaarden. Zwartwerk ziet er op het eerste zicht winstgevend uit. Maar als je het wat van naderbij gaat bekijken besef je dat de eventuele voordelen niet opwegen tegen de vele gevaren die aan zwartwerken verbonden zijn. De belangrijkste argumenten om niet aan zwartwerk te beginnen: Als zwartwerker heb je bij conflicten met je werkgever geen enkel been om op te staan. Je bent niet ingeschreven in het personeelsregister, je hebt geen contract, er is geen enkel juridisch bewijs dat je bij die werkgever arbeid gepresteerd hebt. Voor zwartwerkers wordt meestal geen arbeidsongevallenverzekering afgesloten. Als je een arbeidsongeval krijgt sta je er helemaal alleen voor. Zwart werken betekent dat er op je loon geen RSZ en belastingen betaald worden. Als jobstudent ben je echter grotendeels (op 2,5% na) vrijgesteld van het betalen van sociale zekerheid en al helemaal van belastingen. Het is dus niet zinvol om je hiervoor op glad ijs te wagen. En last but not least is zwartwerk illegale tewerkstelling. Je loopt een reëel risico om betrapt te worden. De financiële en juridische gevolgen zijn niet van de poes.

Wat met studietoelagen?

Als je leerling bent in het secundair onderwijs of studeert aan een hogeschool of universiteit weet je dat studeren geld kost. Om die kosten wat op te vangen zijn er studietoelagen en studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap. Alle informatie rond studietoelagen kan je vinden op www.studietoelagen.be .

Doe altijd een aanvraag! Dit kan voor een kleutertje, een student deeltijds onderwijs … maar doe het vooral tijdig. Denk niet té snel: ik heb geen recht want mijn inkomen is té hoog. De berekening van het inkomen gebeurt op een speciale manier en is er in je inkomen iets gewijzigd dan kan je ook een aanvraag doen op basis van ‘vermoedelijk inkomen’. Vink dan ‘inkomensvermindering’ aan. Doe, indien mogelijk, je aanvraag digitaal. Je kan de bijlage digitaal versturen. Stuur echter nooit originele documenten met de post op.

Een interimcontract voor studentenwerk?

Veel jobstudenten vinden tegenwoordig de weg naar de arbeidsmarkt via een uitzendkantoor. In sommige studentensteden zijn er zelfs uitzendkantoren die zich enkel op studenten richten. Uitzendkantoren gebruiken vaak het woord ‘werkstudent’, terwijl ze eigenlijk hiermee ‘jobstudenten’ bedoelen. Laat je dus niet in verwarring brengen. Het is mogelijk en wettelijk in orde om als student uitzendarbeid te verrichten. Je kan zelfs werken met een studentenovereenkomst bij verschillende interimkantoren. In dat geval wordt de student beschouwd als uitzendkracht en zijn de wettelijke bepalingen i.v.m. uitzendarbeid van toepassing. Studentenarbeid verrichten via een interimkantoor biedt een aantal voordelen. Het belangrijkste is ongetwijfeld dat je zelf niet meer naar een job moet zoeken, maar dat het uitzendkantoor dit in jouw plaats doet. Voor jobstudenten is dit dan ook een gemakkelijke manier om een vakantiejob of een bijverdienste tijdens het jaar te bemachtigen. Jammer genoeg is er nogal wat misbruik en onduidelijkheid in de sector. Vandaar een paar waarschuwingen en handige tips: De uitzendsector werkt meestal met dag- of weekcontracten (waar andere werkgevers traditioneel met maandcontracten werken). Hierdoor hebben uitzend-jobstudenten veel minder werkzekerheid dan een jobstudent die met een langdurig contract aan de slag is. Slecht weer kan bijvoorbeeld een reden zijn om het contract niet te vernieuwen. Interimkantoren mogen geen opeenvolgende dagcontracten meer aanbieden, tenzij de aard van het werk dit rechtvaardigt. Tenzij anders wordt overeengekomen, worden de eerste 3 dagen van het eerste interimcontract als proefperiode beschouwd. Het is verboden om aan een overeenkomst een nieuwe proefperiode toe te voegen in geval van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor dezelfde functie, dezelfde werkpost, bij dezelfde gebruiker. Betaalde feestdagen en gewaarborgd loon bij ziekte zijn rechten waar interimkantoren soms een loopje mee nemen. Je hebt in bepaalde gevallen zelfs recht op de betaling van feestdagen die zich voordoen na het einde van het contract. Je houdt dit best goed in de gaten want deze wetgeving wordt al eens omzeild. Bij problemen met de werkgever waar je als interim werkt, is het de taak van het interimkantoor om bij ‘ontslag’ onmiddellijk een andere interimopdracht te vinden. Zo niet wordt het lopende contract verbroken en dient er een opzeggingsvergoeding te worden betaald. Deze vergoeding wordt soms echter niet uitbetaald. Hou dat in de gaten.

Als jobstudent naar het buitenland?

Als je in een land wil werken dat behoort tot of geassocieerd is met de Europese Economische Ruimte (EER), dan geldt het vrij verkeer van werknemers. Je mag er werken en je hebt er geen verblijfsvergunning of visum voor nodig. Iedereen kan er zich ook inschrijven bij een arbeidsbemiddelingsbureau. Dat moet jou dezelfde hulp aanbieden als de andere werkzoekenden. Je kunt ook een beroep doen op de diensten van het EURES-netwerk voor arbeidsbemiddeling.

In landen die niet behoren tot de Europese Economische Ruimte is alles niet zo vanzelfsprekend. Informeer vooraf of je er wel kunt en mag werken.

Als je in het buitenland gaat wonen voor een bepaalde periode van min of meer korte duur (minder dan één jaar bijvoorbeeld), dan hoef je je bij de gemeente niet uit te schrijven om je in het buitenland te vestigen. Je blijft voor alle administratieve zaken (belastingen, sociale zekerheid…) afhankelijk van België.

De nieuwe 475-urenregeling rond sociale zekerheid bij studentenwerk is Belgische wetgeving. Slechts zeer weinig landen hebben een voorkeurstarief sociale zekerheid voor studenten.

Als je een studentenjob gaat doen bij een Belgische werkgever maar in het buitenland, bijvoorbeeld in een bar werken van een hotel gelegen in Spanje, dan moet de werkgever je dagen inputten en gaan deze af van je persoonlijke teller. Weet wel dat 475 uren werken als student geen maximum is, want als je meer werkt wordt er weliswaar gewone socialezekerheidsbijdrage afgehouden van je loon maar krijg je hier vakantiegeld voor in ruil. Ga je echter studentenarbeid verrichten in het buitenland voor een buitenlandse werkgever dan telt de reglementering op vlak van sociale zekerheid en belastingen van dat specifieke land. Je werkdagen worden dus niet afgetrokken van je persoonlijke urenteller. Ook op het vlak van arbeidsrecht val je in dat geval onder de wetgeving van de buitenlandse werkgever. Informeer je dus zeker bij een vakbond van het land in kwestie betreffende overuren, compensatie, minimumloon… Een Belgische vakbond kan je contactgegevens bezorgen van collega’s ter plekke.

Werk je in het buitenland als student dan moet je bij je jaarlijkse aangifte van je inkomsten ook alle inkomsten uit het buitenland opgeven. De vrijgestelde som die er nu is voor studenten om thuis nog fiscaal ten laste te blijven zal ook voor jou meetellen. Als je tijdens je (tijdelijk) verblijf in het buitenland je hoofdverblijfplaats niet naar het andere land overdraagt, dan ben je onderworpen aan de Belgische personenbelasting. Alle inkomsten moeten dus in België worden aangegeven, zowel nationale inkomsten als inkomsten uit het buitenland. Je wordt zelden tweemaal (integraal) op buitenlandse inkomsten belast. Het hangt ervan af of het werk verricht wordt in een land waarmee België een verdrag heeft afgesloten om dubbele belasting te voorkomen.

Je behoudt je recht op kinderbijslag in België als je gaat werken in het buitenland tijdens de schoolvakanties en je per kwartaal niet meer dan 240 uren werkt (dit telt niet voor zomermaanden).

Blijf je binnen Europa dan zal het voldoende zijn om even langs je ziekenfonds te gaan. Vraag goed na wat je moet doen bij eventuele terugbetaling van je medische kosten in het buitenland. Ga je buiten Europa dan moet je je eventueel extra privé-verzekeren en je informeren bij de Dienst Oververzeese Sociale Zekerheid.

Als je definitief of voor onbepaald langere termijn gaat wonen en werken in een land van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, wordt je onderworpen aan de socialezekerheidswetgeving die van toepassing is in dat land. Jij (of je werkgever, indien je werknemer bent) moet sociale zekerheidsbijdragen in dat land betalen om te kunnen genieten van de socialezekerheidswetgeving. Als je gaat wonen en werken in een land dat geen deel uitmaakt van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte of in een ander land dan Zwitserland en waarmee een sociale zekerheidsovereenkomst werd gesloten: als algemene regel, bepaalt de overeenkomst, behalve voor bijzondere gevallen, dat het land op het grondgebied waarvan de activiteit als werknemer of als zelfstandige wordt uitgeoefend, het land van onderwerping is. Indien je gaat wonen en werken in een derde land waarmee geen sociale zekerheidsovereenkomst werd gesloten: zal je waarschijnlijk worden onderworpen aan de socialezekerheidswetgeving die van toepassing is in dat derde land. In elk geval, omdat je in België niet meer werkt of woont, zal je niet meer onderworpen zijn aan de Belgische socialezekerheidswetgeving en zal je geen bijdragen meer betalen in België. Om te voorkomen dat je niet –of onvoldoende– beschermd bent in je werkland, kan je je aansluiten bij de DOSZ (Dienst voor overzeese sociale zekerheid).

Als schoolverlater naar het buitenland?

Je behoudt je kinderbijslag in België als je gaat werken in het buitenland tijdens de schoolvakanties, in je beroepsinschakelingstijd niet meer verdient dan ongeveer 530,49 euro en tijdens het jaar per kwartaal niet meer werkt dan 240 uren. Ook dus tijdens je laatste zomervakantie moet je je werkuren tellen en niet meer presteren dan 240 uren. Indien je toch meer hebt gewerkt wordt dit per maand bekeken hoeveel je hebt verdiend. Meer dan 530,49 euro betekent voor die maand verlies van kinderbijslag. Het kinderbijslagfonds zal niet opvragen met welk soort contract je in het buitenland aan de slag bent. Ben je schoolverlater en is je beroepsinschakelingstijd aan het lopen dan moet je vooraleer te vertrekken naar het buitenland zeker even langs VDAB en vakbond. Tot 1 januari 2012 bekend als de wachttijd, nu hebben we het over de beroepsinschakelingstijd. Wil je gaan werken voor een loon of vrijwilligerswerk verrichten in het buitenland dan moet je langs VDAB en vakbond. Je moet immers beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en kunnen ingaan op alle vacatures die je wordt toegezonden.

Ben je op moment van een sollicitatie onaangekondigd in het buitenland en kan je hier niet op in gaan dan zal je beroepsinschakelingstijd stoppen. Je mag je mogelijk verwachten aan een negatieve evaluatie van je actief zoekgedrag. Dus informeer je even en doe aangifte. Er is hierop echter 1 grote uitzondering en dat is voor het doorlopen van een stage (ook hier aparte aangifte en formulieren C94C) en voor NGO coöperanten die een vrijstelling krijgen voor ontwikkelingshulp. Documenten: Leg zeker klaar voor je vertrekt:

  • Een geldige identiteitskaart. Neem hiervan enkele copies en stop die overal in je bagage. Bij verlies heb je dan toch altijd al een exemplaar.
  • Verhuis je naar een land dat niet tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoort of er niet mee geassocieerd is, dan heb je ook een paspoort nodig.
  • Formulieren als je verhuist naar een land dat behoort tot de EER of ermee geassocieerd is.
  • Je Europese ziekteverzekeringskaart (kan je aanvragen bij je ziekenfonds). Enkele pasfoto’s.

Hou zeker al je loonfiches en contracten bij van je buitenlandse tewerkstelling. Je kan deze nodig hebben voor kinderbijslag (gewerkt aantal uren), belastingen (inkomsten), als bewijzen van je buitenlandse werkervaring en verhogen van je competentie.

Kan een buitenlands student in België een studentenjob uitoefenen?

Indien je afkomstig bent uit een lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap, kan je het hele jaar door onder dezelfde voorwaarden als de Belgische studenten tewerkgesteld worden in België.

Indien je niet afkomstig bent uit een EG-lidstaat, kan je onder bepaalde voorwaarden ook in België werken.

  • Je moet in België onderwijs met volledig leerplan volgen
  • Je moet over een geldige verblijfsvergunning beschikken

Om over een geldige verblijfsvergunning te beschikken, moet je een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (BIVR) bezitten.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen tewerkstelling tijdens het schooljaar en tijdens de schoolvakanties.

  • tijdens de kerst-, paas- en zomervakantie kan je in België zonder bijkomende formaliteiten studentenarbeid verrichten. Je hebt geen arbeidsvergunning nodig.

  • Om als student in België te kunnen werken tijdens het schooljaar is een arbeidskaart C vereist. Je kan dan max. 20 uren per week werken. Je studies blijven immers je hoofdbezigheid en je tewerkstelling moet verenigbaar zijn met je studies. Je moet zelf de arbeidskaart C aanvragen bij de VDAB (voor Vlaanderen) of de BGDA (voor Brussel).

Wat met vrijwilligerswerk?

Iedereen mag vanaf het jaar waarin hij of zij 16 jaar wordt, vrijwilligerswerk doen. Je hoeft geen Belg te zijn. Alle mensen uit de Europese Unie of mensen met een geldige verblijfsvergunning en bepaalde asielzoekers mogen zonder problemen vrijwilligerswerk doen. Je mag niet eender waar vrijwilligerswerk doen. De organisatie of instelling waar je tijd aan schenkt, mag niet gericht zijn op het maken van winst. Je kan dus enkel vrijwilligen in dit soort organisaties: Een vzw, denk aan De Roma, Borgerstein, Joka, … Een lokale afdeling van een koepel zonder winstoogmerk, zoals een afdeling van KVG, Femma, S-plus, … Een feitelijke vereniging zonder winstoogmerk, bijvoorbeeld een straatcomité, een dartsclub Een stichting van openbaar nut, zoals Het Rode Kruis Openbare besturen, denk maar aan een gemeente, OCMW, een school, een bibliotheek Ivzw’s (internationale vzw’s) als Don Bosco Youth-Net. Je magvrvijwilligen in zoveel organisaties als je zelf wil. Zolang het voor jou maar lukt om dat te combineren. Je mag nooit dezelfde taken doen als vrijwilliger als diegene waarvoor je betaald wordt in dezelfde organisatie. Sinds 2018 bestaat er een nieuw statuut: het verenigingswerk. Hierbij kunnen mensen onbelast bijverdienen in verenigingen. Dit is géén vrijwilligerswerk, en je mag beide ook niet combineren in dezelfde vereniging in dezelfde periode! Met vrijwilligerswerk kan je nooit iets verdienen. Voor kosten die je als vrijwilliger maakt, krijg je soms wel een kostenvergoeding. De organisatie kan zelf beslissen of ze je gemaakte kosten vergoedt of niet. Ze moet je duidelijk laten weten of ze je kosten terugbetaalt en hoe. De kostenvergoedingen zijn in principe belastingvrij als je de regels volgt. In de meeste gevallen kan je een gewone forfaitaire kostenvergoeding genieten. Je ontvangt dan een vast bedrag, zonder bewijsstukken. Je mag de dag- en jaarmaxima niet overschrijven, ook niet als je deze kostenvergoeding in meerdere organisaties krijgt: het is de totaalsom die telt. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd:

Bedrag 2019: maximum 34,71 euro per dag én maximum van 1388,40 euro per jaar.

Voor bepaalde sectoren is een verhoogde forfaitaire kostenvergoeding mogelijk. Dit werkt volgens dezelfde principes als de gewone forfaitaire vergoeding, maar heeft een hoger maximum jaarbedrag. De verhoogde vergoeding is er alleen voor bepaalde vrijwilligers:

  • vrijwilligers in de sportsector
  • vrijwilligers in dag- en nachtopvang van hulpbehoevende personen
  • vrijwilligers bij het niet-liggend ziekenvervoer Bedrag 2019: maximum 34,71 euro per dag én maximum van 2549,90 euro per jaar.

Als je een forfaitaire kostenvergoeding krijgt, dan kunnen ook je vervoerskosten beperkt bijkomend terugbetaald worden. Het maximum dat je bovenop het vast bedrag kan krijgen, is 2000 km vervoerskosten (maximum 2000 keer het bedrag van de kilometervergoeding voor de wagen), behalve voor vrijwilligers die het regelmatig vervoeren van personen als activiteit hebben. Zij krijgen geen beperking.. Dit is een reële kostenvergoeding en deze moet je dus kunnen bewijzen, bijvoorbeeld met een kostennota.

Hoe solliciteer ik?

Het Curriculum vitae

Hoe verzorgder en informatiever je CV (curriculum vitae), hoe meer kans je maakt bij het solliciteren. Je CV is je eerste visitekaartje en bepaalt of je in aanmerking komt voor een gesprek. Dus het loont beslist om aandacht te besteden aan je CV. De hoofdregel: vermeld enkel nuttige informatie, op een bondige en doelgerichte manier. En verder: Juist afgestemd: Sommige werkgevers bekijken uitsluitend je opleiding en ervaring, anderen trachten via je CV al uit te vissen of je een creatief, initiatiefrijk of zelfstandig persoon bent. Het kan dus zeker geen kwaad je CV aan te passen aan het bedrijf waar je solliciteert. Bijvoorbeeld: bepaalde werkervaringen of talenten naar voren halen. Wat moet er zeker instaan?

  1. Persoonlijke gegevens Laat de werkgever kort met je kennismaken, zodat deze weet wie je bent, hoe oud je bent, waar je woont, wat je gezinssituatie is (bvb. getrouwd, 2 kinderen)

  2. Opleiding Wat heb je gestudeerd, wanneer en waar. Zet je laatste opleiding het eerst. Het kan nuttig zijn de studie of cursus die het best bij de job aansluit centraal te stellen. Vergeet ook je bijscholing niet. Zeker als die getuigt van extra belangstelling in een bepaalde richting.

  3. Ervaring Waar heb je gewerkt en in welke functie? Zo kun je laten uitkomen wat je in eventuele vorige jobs al geleerd hebt, of welke ervaringen kunnen bijdragen tot het goed uitvoeren van een bepaalde functie. Zet je laatste ervaring het eerst. Vermeld ook stages en projecten. Zorg ervoor dat alles mooi aansluit en ga niet voorbij aan de minder aangename momenten zoals bisjaren, ontslag of werkloosheidsperiode.

  4. Bijzonderheden Vermeld hier dingen als talenkennis, computerkennis, rijbewijs, bijzondere vaardigheden (zoals leiding geven, plc-sturing, cad-camervaring)

  5. Varia Interessante hobby’s, activiteiten in het verenigingsleven en andere vaardigheden. Deze rubriek biedt de meeste ruimte voor improvisatie. Verwoord het wel kort en bondig.

De sollicitatiebrief

Je curriculum vitae gaat altijd vergezeld van een begeleidende motivatiebrief. Ook als je je CV verstuurt via e-mail, ontsnap je hier niet aan. Dit is je kans om boven de massa uit te stijgen.

Enkele handige tips:

  • Interessante openingszin die de aandacht trekt, originele en toch beleefde laatste zin
  • Positief zijn over jezelf
  • Gebruik een gevarieerde, vlotte en actieve woordenschat
  • Let bijzonder op voor taal- en spelfouten

Het sollicitatiegesprek

Als alles positief verlopen is, volgt het sollicitatiegesprek! Dat is en blijft het belangrijkste deel van het sollicitatieproces. De interviewer zal vooral peilen naar jouw motivatie. Kan je het, wil je het en pas je in het bedrijf? Voornaamste spelregel is hier: wees jezelf! Er wordt langs beide kanten gehoopt op een goede afloop. Jij zoekt een job en het bedrijf zoekt een werknemer…

Informeer je! Het kan nuttig zijn om meer te weten te komen over het bedrijf en de functie. Je kunt documentatie verzamelen via de bibliotheek of het Internet, of een discreet telefoontje plegen. Je kan ook opbellen om na het gesprek feedback te vragen. Voordelen: je komt over als een gemotiveerd, ondernemend persoon, en hoe meer je op voorhand weet, hoe beter! Wees echter niet té opdringerig.

Wat zeg je? Wees eerlijk en volledig. Wees concreet, staaf je beweringen met voorbeelden. Aarzel niet om vragen te stellen. Bijvoorbeeld: “Was mijn antwoord duidelijk?” “Hoe verloopt de verdere aanwervingprocedure?”

Hoe zeg je het? Er wordt gelet op je stem, je toon, je vlotheid van spreken. Enkele tips: wacht een paar seconden om te antwoorden op de gestelde vraag. Praat langzaam, maar ook weer niet té. Houd steeds oogcontact met je gesprekspartner, zonder die onder hypnose te proberen te brengen.

Let op je uiterlijk en je lichaamstaal. Nog voor je verbaal een onvergetelijke indruk maakt, zal je onvermijdelijk beoordeeld worden op je non-verbale communicatie. Je begroeting, je kledij en je lichaamstaal bepalen mee het beeld dat men zich van jou vormt.